Toen op 12 februari
1916 de dag aanbrak, de dag die bepaald was voor de aanval op de
uitstulping van Verdun door het veldleger van de Kroonprins, was de grond
al dik met sneeuw bedekt, de sneeuwstorm woedde nog steeds en er lag zo’n
mist over de velden dat de vijandelijke doelen onder een deken verborgen
waren. Het Duitse openingsbombardement werd daardoor uitgesteld.
Het had zo lang geduurd voordat Joffre tot het besef was gekomen van de
gevaarlijke situatie bij Verdun dat de sneeuwstorm van die nacht de
verdediging redde van een regelrechte ondergang. De twee pas aangekomen
Franse divisies hadden op 12 februari hun juiste
posities nog niet ingenomen. Indien de Duitsers deze dag met hun 72
bataljons keurtroepen de aanval begonnen waren, hadden zij de Franse
verdedigers midden in een verhuizing aangetroffen, in stellingen die pas
half klaar waren.
Men kan beweren dat strategisch gezien, het verlies van Verdun niet zo
vreselijk voor de Fransen geweest zou zijn. De vesting was ontmanteld en
de Franse linie zou er korter en sterker door zijn geworden. Maar het
Franse volk zou de schok van een dergelijke terugtocht niet of nauwelijks
hebben kunnen verdragen. Falkenhayn dacht van niet en Briand, de Franse
minister-president, was er zeker van dat zijn regering het niet zou
overleven.
Negen dagen achtereen speelde het weer de verdediging van Frankrijk in de
kaart met sneeuw, regen, mist en storm. De troepen aan weerszijden
wachtten gespannen. De Duitsers leden waarschijnlijk het meest, daar zij
zich al geheel op de aanval hadden voorbereid. Hun betonnen schuilkelders
waren niet bestemd voor een permanente verblijfplaats van grote
troepenmassa's, zodat de meeste van hen door sneeuw en ijzel van en naar
hun veraf gelegen kwartieren moesten lopen. Bovendien waren door het
slechte weer de gangen met water gevuld en er was gebrek aan pompen. Om
vijf dagen lang ijswater te moeten hozen op een noodrantsoen is niet
direct de manier om stoottroepen in een goede vechtconditie te houden. Het
Duitse aanvalsleger, vanaf de Maas bij Consenvoye naar het oosten, bestond
uit drie corpsen of zes divisies: het 7e reservecorps onder von Zwehl;
dan, in een kleine sector tegenover het Bois des Caures, het 18e Corps
onder von Schenck en links daarvan het me (Brandenburgse) corps onder von
Lochow. Op de 21e februari stonden daar nog steeds slechts drie Franse
divisies - Chrétiens 30e corps - tegenover. (kaart
1)
__________________________________________
Het
bombardement begint
__________________________________________
Op de 19e en 20e februari werd het weer beter en bij het aanbreken van de
21e begon volgens plan het Duitse bombardement in alle hevigheid. Negen
uur achtereen hield het ontzettende bombardement aan. Het was een
concentratie van zeer explosieve granaten van een gewicht aan metaal
alleen al, zoals het westelijk front, ondanks de uitgebreide kanonnades
van 1915, nog nooit had meegemaakt. Van voor- naar achterhoede bleef niets
in de nauwe sector van de dreigende Duitse aanval gespaard. De Franse
loopgraven die in een slechte toestand verkeerden, werden vernietigd en
veel van de troepen die ze moesten verdedigen, eronder begraven.
|

Verminkte
en bedolven doden
in de Franse voorste linies.
|
Het scheen het detachement
Chasseurs van de 72e divisie onder overste Driant in het Bois de Caures,
tegenover het Duitse 18e corps, toe of het bos werd geteisterd door een
'storm, een orkaan die steeds heviger werd, terwijl het aanhoudend
straatstenen regende'. En behalve het oorverdovende geraas van de
explosies hoorde men het gekraak van de grote eiken en beuken die
versplinterd en ontworteld werden.
Tegen de middag viel er plotseling een stilte en de Franse troepen kwamen
tevoorschijn, klaar voor de Duitse infanterie. Maar het was een list, het
bombardement begon opnieuw, ditmaal door zware mortieren met een korte
loop, maar even onverbiddelijk en furieus.
Zelfs toen het bombardement 's middags ophield, namen de Duitsers geen
risico. In plaats van de geallieerde aanvalstactiek te volgen met zijn
lange, dichte en kwetsbare rijen, trok hun infanterie op deze eerste dag
op in sterke gevechtspatrouilles, die een handig gebruik van het terrein
maakten en naar de plaatsen van de minste weerstand zochten; en overal
waar zij de nieuwe vlammenwerpers gebruikten, zaaiden zij paniek in de
Franse gelederen.
|

Duitse
aanval met vlammenwerper.
|
Maar pas de volgende dag
vergrootten zij de gaten, toen de aanval in voile omvang begon. Slechts
Zwehl nam het initiatief om zijn orders uit te breiden en volgde diezelfde
middag zijn patrouilles met de eerste golf stoottroepen, die er in
slaagden een breuk in de Franse verdediging tot stand te brengen
(kaart Bois
d'Haumont). Deze eerste dag was niet zo goed voor de Duitsers
verlopen als zij gedacht hadden. De concentratie van granaatvuur was
bedoeld om alle leven in de Franse frontlinie te vernietigen. Maar de
deken was niet overal even dik, er waren groepen die koppig en heldhaftig
verzet bleven bieden en de Duitse infanterie werd in de war gebracht door
zulke vervaarlijke tegenstanders.
De volgende morgen, de 22e februari, begon het bombardement opnieuw. Met
groot elan ondernamen verschillende Franse eenheden een tegenaanval, maar
hun middelen schoten tekort. Toch duurde het de gehele dag voordat het
18e legercorps Driants Chasseurs uit het Bois de Caures verdreven had, zo
vurig en bewegelijk was de verdediging. Ook richtte de Franse artillerie
beter en werd versterkt. Vuur uit de flank van Franse batterijen begon
moeilijkheden te veroorzaken: de zwakke artillerie van het Duitse 6e
reservecorps aan de linkeroever, een bezuiniging van Falkenhayn, was nu
een uitgesproken nadeel.
|

Het
Bois des Caures in februari 1916 -
de overlevende Chasseurs
tijdens een rustpauze -.
|
's Middags vermorzelden de
Duitsers de laatste tegenstand in het Bois de Caures met hun
vlammenwerpers. Driant sneuvelde. Maar de Duitse verliezen waren ongedacht
groot, hun vertrouwen was geschokt en hun offensief was een gehele dag
opgehouden - een dag die van levensbelang was voor het Franse commando -
door de tegenstand van Driant in het centrum van de aanval. Nu werd het
Franse veldgeschut stuk voor stuk tot zwijgen gebracht door de 150
mm-lange-afstandskanonnen.
Op 23 februari boekten de Duitsers verrassend weinig voor uitgang, ook al
bleven de Franse verliezen enorm groot. Op een heuvel achter het Bois de
Caures rukten infanteristen van het Duitse 18e Corps in de echte stijl van
het westelijk front in dichte massa's op, de ene golf na de andere, om
beurtelings te worden neergemaaid door de Franse mitrailleurs. Officiële
Duitse berichten spreken over 'een dag van verschrikking'.
's Avonds bleek dat de 72e en 5 Ie divisie, die oorspronkelijk samen uit
26.523 manschappen hadden bestaan, met elkaar 16.224 officieren en
soldaten verloren hadden. Daarentegen hadden de Duitsers, ondanks hun
tegenslagen, het gevoel dat zij Verdun zo konden innemen.
__________________________________________
Doorbraak
__________________________________________
Dat konden zij ook. De gehele Franse tweede linie, toch al slecht gebouwd
en nu verwoest door bombardementen, werd op 24 februari in drie uur onder
de voet gelopen. De Franse 37e Afrikaanse divisie - de gevreesde Zouaven
en Marokkaanse Tirailleurs - waren ingezet om de opening te vullen die
door de 72e divisie was achtergelaten. Gedemoraliseerd door het
bitterkoude vriesweer, neerslachtig door de niet aflatende kanonnades en
in kleine afdelingen uiteengevallen onder vreemde officieren, verloren
enkele Noord-Afrikanen de moed en sloegen op de vlucht. Toen de nacht van
de 24e februari aanbrak, was het Franse moreel er ernstig aan toe. Hun
artillerie zweeg, de verbandplaatsen waren overvol gewonden, wier wonden
door de intense kou dikwijls bevroren waren en naar wie niemand omkeek.
Slechts een fractie van hen kon vervoerd worden: de Duitse 380 mm-kanonnen
die vuurden met 'duivelse precisie', hadden de enige behoorlijke spoorlijn
uit Verdun buiten werking gesteld. Chrétiens 30e corps kon niet meer. De
voorhoede van Balfouriers 20e corps, dat hen moest aflossen, was van het
front bij Lotharingen gekomen, koud, hongerig en uitgeput, en werd
onmiddellijk in de strijd geworpen.
Op de avond van de 24e kreeg Langle de Cary (de commandant van de
legergroep in het centrum) toestemming van Joffre om de frontlijn in te
korten en zich terug te trekken van de vlakte van Woëvre op de heuvels
langs de Maas ten oosten en ten zuidoosten van de stad. Toen later in de
nacht het nieuws steeds slechter werd, werd Joffre, wat nog nooit
voorgekomen was, tegen alle orders in, na bedtijd ruw gewekt door de
Castelnau. Joffre, die eindelijk ongerust werd, stuurde de Castelnau
onmiddellijk naar Verdun met een volmacht om te doen wat hij nodig achtte.
De Castelnau kwam tijdens het ontbijt op 25 februari aan en vond Herr
'depressief en 'nogal moe'. Hij ging regelrecht naar de rechteroever die
vernield was door de gevechten en bereikte wonderen in het doen herleven
van het moreel der verdedigers: 'Waar hij maar kwam, werd hij gevolgd door
orde en besluitvaardigheid.' Hij berekende dat Verdun gered kon worden en
dat een doeltreffende verdediging op de nog bestaande heuvelruggen
gehandhaafd kon blijven. Joffre kreeg per telefoon bericht en hij gaf
orders dat de rechteroever onder alle omstandigheden in Franse handen
moest blijven. Bovendien riep de Castelnau Petain die als een meester van
het defensief werd beschouwd, om de sterkten bij Verdun onder zijn
commando te nemen. Het verschrikkelijke besluit dat Verdun ten koste van
alles verdedigd moest worden, was hierbij dus genomen - en hier had
Falkenhayn op gespeculeerd in zijn decembermemorandum.
Op de ochtend van de 25e februari hadden de Duitsers, afgezien van
voortdurende Franse tegenstand tegenover het v 11e reservecorps, slechts
de machtige ring van forten om Verdun voor zich. Het eerste en sterkste
fort op hun weg was het fort Douaumont. Van alle kanten tekende de grote
schildpadvormige klomp zich af, indrukwekkend, dreigend, fascinerend. Toch
was het slechts bezet door een klein detachement territoriale
artilleristen (vrijwilligers, opgekomen voor de verdediging van het
vaderland) die het 155 mm-koepelgeschut bedienden dat Joffres sloop had
overleefd. De loopgraven naar het fort waren slecht beschermd. Tijdens een
van de meest merkwaardige oorlogsgebeurtenissen slaagden in de middag van
de 25e februari kleine detachementen Brandenburgers erin, het fort
ongemerkt binnen te dringen en de bejaarde verdedigers gevangen te nemen
zonder een enkele man te verliezen.
|

De
vermeende
Duitse veroveraar van het
Fort Douaumont, Oberleutnant Von Brandis
met zijn 2 broers in 1916
(Oberleutnant Von Brandis staat links).
|
De val van Fort Douaumont
bracht een elektrische schok teweeg. In Duitsland luidden de kerkklokken,
in Verdun zelf rende een officier door de straten en schreeuwde 'Sauve qui
peut', burgers stroomden de stad uit en veroorzaakten grote opstoppingen
op de belangrijkste aanvoerwegen. De resten van de 37e Afrikaanse divisie
maakten een nodeloze en gevaarlijke terugtocht.
__________________________________________
Petain
neemt het over
__________________________________________
Om middernacht nam Petain het commando over. De wetenschap alleen dat hij
het bevel voerde, staalde de Franse tegenstand en gaf de troepen nieuwe
moed, zo groot was zijn reputatie toen al. Terzelfder tijd arriveerde de
kern van Balfouriers doorgewinterde 20e Corps, het 'ijzeren corps' en dit
betekende het keerpunt. Alle troepen in de voorpost
werden opnieuw gegroepeerd onder vier corpscommandanten in Petains 2e
leger en ook de nieuwe reserves begonnen binnen te stromen.
Petain besefte dat het verlies van fort Douaumont geen beslissende
ramp was en dat de andere forten bemand konden worden en aaneengesmeed tot
een machtige verdedigingsgordel. Zijn orders droegen hier het stempel van:
vanaf deze lijn mocht niemand meer terugtrekken.
|
Ook reorganiseerde hij de
artillerie tot een geconcentreerd en doeltreffend wapen. 'Vanaf dit
ogenblik,' zegt de Duitse officiële geschiedschrijving hierover, 'begonnen
de beschietingen uit de flank op de ravijnen en wegen ten noorden van
Douaumont, waardoor wij zulke ernstige verliezen leden.'
|

Franse
artilleristen voor Verdun tijdens het in
stelling brengen van een zwaar geschut.
|
Het volgende punt, waar
Petain zich mee bezig hield, was de gevaarlijke, onzekere aanvoerweg naar
Verdun. De spoorlijn was door de Duitse
langeafstandsbombardementen waardeloos geworden en hij kon slechts
vervangen worden door autotransport over een enkele weg - een B-weg vanaf
Bar-le-Duc. Vrachtwagens werden gerequireerd, troepen Territorialen
aangewezen om zich uitsluitend met het onderhoud van de weg bezig te
houden en de straatweg zelf was slechts bestemd voor de onafgebroken
stroom autoverkeer in beide richtingen. Iedere vrachtauto met panne werd
in de greppel geschoven. 's Nachts leek de processie van zwak verlichte
voertuigen op 'het kronkelen van een of ander reusachtig, lichtend reptiel
dat nooit stopte en geen eind had'. Het is een wonder dat de Duitsers er
nooit aan gedacht hebben om die weg, die zo gemakkelijk geblokkeerd kon
worden, te bombarderen. Tenslotte trokken de voertuigen uren achtereen
voorbij, een per vijf seconden: het aantal soldaten dat de weg moest
onderhouden, was groter dan een divisie. Het was de slagader, waardoor het
levensbloed van Frankrijk naar Verdun stroomde. Maurice Barres gaf hem de
onsterfelijke naam van La Voie Sacrée.
__________________________________________
De
Duitsers verzinken in de modder
__________________________________________
Op 28 februari was de Duitse aanval praktisch tot stilstand gekomen. De
Fransen waren frisser en doortastender, hun oorspronkelijke divisies waren
vervangen en vervolgens versterkt, terwijl de Duitse formaties in het
geheel niet afgelost waren en de troepen de gevolgen voelden van een week
van intensieve gevechten. Ook de beloofde reserves bleven uit. De Duitse
artillerie wankelde onder de enorme moeilijkheden van het optrekken over
velden die omgeploegd waren door granaten, vooral toen de dooi inviel en
de klei in dikke modder veranderde. Het ergste was dat de Fransen hun
aantal zware kanonnen van 164 op meer dan 500 hadden gebracht, waarmee zij
de Duitse infanterie met onophoudelijke en doeltreffende kanonnades uit de
flank vanaf de linker Maasoever bombardeerden, vooral vanaf de forten op
de hellingen van het Bois Bourrus.
Hierdoor werd er in het 5e leger van de Kroonprins steeds meer druk
uitgeoefend om een aanval te openen op de linker Maasoever, vooral met het
oog op de verovering van de Mort Homme, een heuvel die de omgeving
beheerste. Zelfs nog op 26 februari, toen de rechteroever kennelijk binnen
bereik van de Duitsers was, had Falkenhayn opnieuw geweigerd om een aanval
op de linkeroever uit te voeren, maar de volgende dagen veranderde hij van
mening en op 29 februari gaf hij zijn toestemming. Tegelijkertijd zond hij
de versterkingen die hij tot nu toe achtergehouden had.
Toen was het goede ogenblik echter voorbij. De Duitse reserves die nu
ingezet werden - nog afgezien van degenen die volkomen nutteloos tegenover
het op dat moment ongevaarlijke Engelse front in het noorden lagen -
hadden op 25 of 26 februari een Duitse doorbraak aan de rechteroever naar
Verdun zelf kunnen forceren. De wens om zuinig te zijn met de Duitse
troepen en om de Fransen te betrekken bij gevechten op de rechteroever
hadden tot gevolg gehad dat ook de Duitsers erin verwikkeld raakten op een
manier die zij niet in de hand hadden: het gevecht zelf dicteerde nu de
gang van zaken.
Intussen bleven de Duitse verliezen stijgen. Hun gewonden die
terugstroomden 'leken op een visioen uit de hel'. Franz Marc, de schilder,
schreef in een brief vanaf het front bij Verdun op 3 maart: 'Dagenlang heb
ik niets anders gezien dan de meest afschuwelijke dingen die een mens maar
schilderen kan.' De volgende dag werd hij gedood door een Franse granaat.
Langzaam maar zeker herwonnen de Fransen in deze tijd hun overmacht in de
lucht boven het slagveld. Ongeveer zestig van de beste Franse luchthelden
in het tweegevecht zoals Brocard, Nungesser, Navarre en Guynemer - werden
gebundeld tot de beroemde Groups des Cigognes (de Ooievaars). Alles bij
elkaar zetten de Fransen 120 vliegtuigen boven Verdun in, terwijl de
Duitsers 168 vliegtuigen, 14 observatieballonnen en 4 Zeppelins bezaten.
Slechte Duitse tactiek en Franse bezieling deden de schaal doorslaan en
terwijl de volgende twee maanden de Duitse ballonnen in brand geschoten
werden, droegen de Franse verkenningsvliegtuigen belangrijk bij tot het
succes van de artillerie. De Duitse troeven, Bölcke
en
Immelmann, konden de Franse overmacht niet breken, een overmacht
die later geconsolideerd werd met behulp van de nieuwe Nieuport fighter.
|

Een
door Hauptmann Bölcke neergeschoten
Frans toestel bij Verdun 1916.
|
__________________________________________
De
Mort Homme
__________________________________________
Toen op 6 maart de nieuwe aanval begon met een bombardement dat vergeleken
kan worden met dat van de 2 Ie februari, hadden de Duitsers eerst zeer
veel succes. Zij bezetten de Maasdorpen Forges en Regneville en
marcheerden op naar de noodoostflank van de kale heuvelrug Mort Homme. De
Franse 67e divisie liet het terrein maar al te gauw na het bombardement
voor de vijand achter en meer dan 3000 manschappen gaven zich over. Maar
een schitterende bajonetcharge bij het aanbreken van de 8e maart bracht de
Duitsers tot staan en dwong hen de uiteindelijke aanval op Mort Homme uit
te stellen. Het front
hier in de noordoostelijke sector veranderde in de volgende maand
nauwelijks.
Op 14 maart begon de frontale aanval op de Mort Homme. Er kwamen nu steeds
meer Duitse reserves en het scheen of de manschappen en de granaten die
zij inzetten voor de verovering van deze troosteloze heuvel nooit
ophielden. Er was een dodelijk patroon in de gevechten gekomen die in deze
sector twee maanden achtereen voortduurden. Na een urenlang bombardement
trokken de Duitse stoottroepen op naar wat niet eens meer loopgraven
waren, maar granaattrechters, waar geïsoleerde groepjes soldaten leefden
en sliepen en stierven. Wanneer de Duitse aanval was uitgeput, tot staan
gebracht door het vuur van de Franse kanonnen op de heuvelrug van het Bois
Bourrus in het zuidoosten en de Cote 304 in het westen, deden de Fransen
binnen 24 uur een tegenaanval en dreven de Duitsers die het vorige gevecht
overleefd hadden, terug. Toch bracht iedere eb en vloed van het getij de
vloedlijn van de Duitsers iets verder naar voren. De prijs was
verschrikkelijk: eind maart waren 81.607 Duitsers en 89.000 Fransen
gesneuveld, waaronder veel hoofdofficieren op dit nauwe front.
|

Een
Duitse mitrailleurpost op
de Cote 304 in 1916
|
De Duitsers verloren op de
kale hellingen van de Mort Homme hun tactisch voordeel. Er waren geen
bossen of ravijnen die het oprukken gemakkelijk maakten; hun
vlammenwerpers werden zelfmoordwapenen nu de frontsoldaten die ze bij zich
hadden, in dit open gebied een doel voor de tegenstanders vormden. Daarbij
was het Franse vuur hier nog vernietigender. In een poging om de Franse
artillerie in de flank uit te schakelen, hadden de Duitsers slechts
bereikt dat zij nu vanaf een nieuwe piek beschoten werden, vanaf de heuvel
Cote 304, ten westen van de Mort Homme. Ook deze moest dus aangevallen en
veroverd worden.
De verovering van een sleutelpositie aan de voet van de Cote 304 op 20
maart bracht de Duitsers geen verdere voordelen, slechts ongelofelijke
verliezen door het vuur uit de Franse mitrailleurs. Er kwamen steeds meer
tekenen van uitputting en het gebrek aan enthousiasme om aan te vallen
werd aanhoudend groter. Hun divisies moesten te lang in de vuurlinie
blijven en gaten in de gelederen werden opgevuld door onervaren jongens.
Petain stond voor hetzelfde probleem door zijn Noriasysteem, dat gebaseerd
was op een snelle wisseling van eenheden; geen divisie bleef langer dan
enkele dagen in de vuurlinie. Het gevolg hiervan was dat tweederde van het
Franse leger door de 'gehaktmolen' van Verdun gedraaid werd en dat de
reserves verminderden.
Op 9 april werd er tegelijkertijd een aanval ondernomen op de Cote 304 en
op de Mort Homme. Zij bereikten slechts een lagere top van de Mort Homme
en vanaf de Cote 304 bleef het Franse geschut doorvuren op de ongedekte
Duitse flank.
De top van de Mort Homme werd het toneel van een langdurig
wanhoopsgevecht, waarin de strijdenden heen en weer schommelden tussen de
twee heuveltoppen, terwijl de artillerie van beide kanten de heuvel in een
rokende vulkaan veranderde. 'Het schieten hield maar aan en was
angstaanjagend. We hadden in de gehele campagne nog nooit zoiets
meegemaakt,' schreef een Franse artillerist, '... de loopgraaf bestond
niet meer, die was met aarde gevuld. We hurkten in granaattrechters, waar
de modder die bij iedere explosie opspatte, ons steeds meer bedekte. De
lucht was niet om te ademen. Onze eigen soldaten, de gewonden, de
blindgeschotenen, bleven kruipend en schreeuwend op ons vallen en
doorweekten ons met hun bloed, terwijl zij lagen te sterven. Plotseling
droeg het vuur van de vijand verder; en bijna tegelijk schreeuwde
iemand:"De moffen komen!". Bij toverslag stonden wij allen, die een
ogenblik geleden nog zo uitgeput waren, tegenover de vijand, het geweer in
de hand
Op de 10e april gaf Petain zijn beroemde order uit waarin hij de Franse
weerstand prees en eindigde met de onsterfelijke, hoewel weinig formele
woorden: ''Courage! On les aura!' (houdt moed, we zullen ze wel krijgen).
En het vereiste zeker bovenmenselijke moed om door te gaan. Kapitein
Cochin beschreef de eerste dagen van de aanval op de Mort Homme in een
brief: 'Ik ben teruggekeerd van de zwaarste beproeving die ik ooit heb
meegemaakt - vier dagen en vier nachten - zesennegentig uur - de laatste
twee dagen doorweekt in een ijzige modder - onder
een ontzettend bombardement, zonder enige beschutting behalve die van een
nauwe loopgraaf en die leek zelfs nog te breed. Geen gat, geen
schuilplaats, niets, niets.-.Ik kwam aan met 175 man, ik keerde terug met
34, waarvan er een paar half krankzinnig waren.'
De eerste twaalf dagen na de aanval regende het onophoudelijk. De Duitse
officiële geschiedschrijving vermeldt: 'Het water in de loopgraven kwam
tot boven de knieën. De soldaten hadden geen droge draad aan het lijf, er
was geen enkele schuilplaats die droge accommodatie kon geven. Het aantal
zieken steeg onrustbarend.' Ondanks modder en ellende hadden de Fransen
door aanhoudende tegenaanvallen eind april de
gehele top van de Mort Homme heroverd.
Op 3 mei openden meer dan 500 Duitse kanonnen het vuur op de Cote 304 over
een front van niet meer dan 2 km. Het bombardement duurde twee dagen en
een nacht. De Fransen, die geen diepe loopgraven meer hadden na weken van
hevig granaatvuur, leden afschuwelijke verliezen. Van een bataljon bleven
slechts drie soldaten in leven. Meer dan twee dagen konden er geen voedsel
en geen voorraden verstrekt worden en geen enkele gewonde kon worden
geëvacueerd. Versterkingen raakten de weg kwijt, de eenheden liepen door
elkaar. Na nog drie dagen van verbitterde man-tegen-man gevechten kwam de
Cote 304 tenslotte aan de Duitsers. Ongeveer 10.000 Fransen alleen al
waren gesneuveld. Eind mei hadden de Duitsers ook de gehele Mort Homme in
handen. De heuvelrug van het Bois Bourrus werd nu bedreigd en de Franse
artillerie, die de rechteroever onder vuur hield, had haar gevaar
verloren. Deze zuiveringsactie aan de linkeroever had bijna drie maanden
geduurd en kostte de Duitsers evenveel mensenlevens als alle gevechten aan
de rechteroever samen. Er waren tekenen die erop wezen dat de Duitse
verliezen de Franse nog te boven gingen.
__________________________________________
De
verschrikkingen van Verdun
__________________________________________
Bij Verdun stierven aan weerskanten de meeste mannen zonder ooit een
vijand gezien te hebben. Zij werden gedood door het moordende, nooit
aflatende trommelvuur dat deze slag misschien meer dan welke andere ook,
zou kenmerken. 'Verdun is zo vreselijk,' schreef sergeant-majoor Melera,
'omdat de mens vecht tegen de materie met het gevoel of hij in de lucht
slaat.' Verse troepen die Verdun naderden, hoorden geluiden 'als van een
gigantische smidse die dag noch nacht stopte.' Piloten zagen 'een
griezelige bruine gordel, een baan vermoorde natuur. Het lijkt net of hij
tot een andere wereld behoort. leder teken van menselijkheid is
weggevaagd. De gehele dag werkten vijandelijke kanonnen om de holen die de
troepen met man en macht in de voorafgaande nacht hadden gegraven, weer
vol te gooien. Er was geen mogelijkheid om de doden te begraven en ook de
wil om het te doen ontbrak.
|

|
|
Het smalle, nauwe terrein van
het slagveld was zelf een stinkend, open kerkhof geworden. De Franse
schrijver Duhamel die officier van gezondheid was, schreef: 'Je eet en je
drinkt naast de doden, je slaapt tussen de stervenden, je lacht en zingt
in gezelschap van lijken.' Dit sterven was zeiden heldhaftig, maar 'die
kleine, pijnlijke scènes in donkere hoeken, alles even nauw en klein, waar
je onmogelijk kunt onderscheiden of de modder vlees is, of het vlees
modder' '... om ledematen te verliezen, in stukken gescheurd of tot moes
vermalen te worden, dat is een angst die het vlees niet kan dragen...
|

|
’Misschien waren de moedigste
van allen wel degenen die niet op moed waren voorbereid, de boodschappers,
de mannen van de voedselvoorziening, de ziekendragers. 'Velen leden liever
honger dan die gevaarlijke tochten te maken om voedsel te krijgen,'
schreef een Duitse soldaat in april. De Franse 'hommes-soupe' die bij het
aanbreken van de dag terugkeerden dwars door het mitrailleurvuur,
verklaarden eveneens dat zij het nooit meer wilden doen, toch 'zag men ze
's avonds weer gaan op hun onzekere tocht door velden en greppels'.
Aan de rechteroever bleef het vechten ten zuiden van Fort Douaumont en
rondom de nabijgelegen steengroeven van Haudromont aanhouden. Het front
verschoof hier nooit meer dan een kilometer en het dichte gordijnvuur van
de artillerie aan beide zijden ging onophoudelijk door. Op 1 mei hadden de
Duitsers bij Verdun 120.000 man verloren, de Fransen 133.000. Op 21 april
kwam de Kroonprins tot de slotsom dat 'een beslissend succes bij Verdun
slechts verkregen kon worden ten koste van zware offers die absoluut niet
opwogen tegen de gewenste doelen'. Knobelsdorf was echter resoluter dan
ooit en haalde Falkenhayn over het 5e leger toe te
staan om een nieuwe massale aanval aan de rechteroever te ondernemen.
Knobelsdorfs ijzeren wil had het gewonnen van de veranderde inzichten van
de Kroonprins.
Ook het Franse kamp was in moeilijkheden. Joffre voelde dat met Petains
eisen van steeds nieuwe versterkingen - die Petain slechts zag als een
noodzakelijke roulatie van de troepen - 'het gehele Franse leger door deze
gevechten opgeslokt zou worden', en Petain bereidde zelfs geen enkel
offensief voor. Op 19 april besloot hij daarom Petain te promoveren tot
commandant van de centrale legergroep in plaats van de Langle de Cary en
de zelfverzekerde, welbespraakte Nivelle die aan het hoofd van het Franse
3e corps bij Verdun stond, het commando over het 2e leger te geven. Deze
verandering werd bewerkstelligd op de Ie mei, waarbij Petain de indirecte
leiding behield van de operaties vanuit het legerhoofdkwartier bij
Bar-le-Duc. Hij vond het niet prettig, want hij vreesde een toename van
slachtpartijen die hij niet zou kunnen tegen houden.
Nivelle stond echter onder invloed van zijn commandant van de 5e divisie,
Mangin - 'de slachter', zoals hij door zijn soldaten genoemd werd. Mangin
was een hard officier die in de koloniën gediend had en het idee van de
herovering van Fort Douaumont obsedeerde hem.

Generaal
Mangin,
commandant van de
Franse 5e Infanterie Divisie. |
Hij wist toestemming van
Nivelle te verkrijgen om het fort op 22 mei aan te vallen en veroverde er
een steunpunt. Maar er waren geen goede voorzieningen getroffen, de
Duitsers waren terdege voorbereid en de Franse artillerie kon het
binnenste van het zwaar verdedigde fort niet bereiken. Na een bloedbad van
twee dagen kropen de paar overgeblevenen van de 5e divisie naar hun
loopgraven terug.
Mangin viel tijdelijk in ongenade; de Franse linie was sterk verzwakt. Het
Franse moreel bij Verdun zakte ineen. Toen de troepen die bij Douaumont
gevochten hadden, naar achteren trokken, stond een van hun eigen
officieren naar hen te kijken: 'Eerst kwamen de skeletten van de
compagnieën, hier en daar geleid door een gewonde officier die op een stok
leunde. Zij marcheerden, of liever zij kwamen aan met kleine stapjes en
zigzagden of zij dronken waren... Zij zeiden niets. Ze hadden zelfs de
kracht verloren om te klagen.. .Het leek wel of deze stomme gezichten iets
vreselijks uitschreeuwden, de ongelofelijke verschrikking van hun
martelaarschap.'
Op 26 mei bezochten Joffre en de Castelnau Haig om uit te vinden of hij
klaar was om het lang verwachte offensief aan de Somme te beginnen dat nu,
daar de Franse troepen ingezet waren bij Verdun, voornamelijk een Engelse
aangelegenheid moest worden. 'Op het moment dat ik als datum 15 augustus
noemde,' schreef Haig in zijn dagboek, 'raakte Joffre onmiddellijk in
opwinding en riep uit dat de Franse Armee zou ophouden te bestaan als wij
voor die tijd niets deden.' Om de Fransen te helpen, maakte Haig er de
eerste juli van en 'dit kalmeerde de oude man... Het zijn echt wel
moeilijke bondgenoten om mee om te gaan.'
Voor Frankrijk en Duitsland was Verdun nu een symbool geworden, een
veeleisend symbool van mannelijkheid en eer. Voor de soldaten was het
gevecht zelf de vijand geworden. Degenen die het plan oorspronkelijk
voorgestaan hadden, Petain en de Kroonprins - met hun afschuw voor zinloze
slachtingen - hadden de greep verloren op hun meedogenloze
ondergeschikten, Nivelle en Knobelsdorf, die beiden vastbesloten waren om
het gevecht tot het bittere einde voort te zetten. In de schaduw hiervan
werd het grote Duitse offensief aan de rechteroever in juni gevochten. Het
scheen of er geen eind aan zou komen 'totdat de laatste Duitser en de
laatste Fransman op krukken uit de loopgraven kropen om elkaar te
vermoorden met een zakmes, of met nagels en tanden'.
__________________________________________
De
laatste Duitse inspanning
__________________________________________
Knobelsdorf had de aarzelende Falkenhayn tot een nieuw offensief weten te
bewegen en hij zou versterkingen krijgen. Er stonden nu 2200 Duitse
kanonnen bij Verdun – hoewel slechts vier versleten 'Dikke Bertha's' voor
hen overbleven - tegenover 1777 Franse, en de Franse terugtocht was
praktisch overal tot staan gekomen. De Duitsers zetten de aanval in met 5
divisies over een front van niet meer dan 5 kilometer.
Er was niets verrassends in: puur en alleen door brute kracht wilden zij
steunpunten veroveren voor de uiteindelijke aanval op Verdun - de
Thiaumont-vesting, de heuvelrug van Fleury, Fort Souville en Fort Vaux die
in een boog ten zuiden van Douaumont lagen.
De Duitse aanval begon op 1 juni, een stralende zomerdag, en het grootste
deel van de verdedigingen op weg naar Fort Vaux was snel onder de voet
gelopen. Fort Vaux zelf, onder bevel van de dappere majoor Raynal, werd op
2 juni aangevallen en hield tijdens een heldhaftige verdediging stand tot
de zevende, toen moesten Raynal en zijn mannen zich overgeven door gebrek
aan water. Bijna al die tijd hadden de Duitsers de bovenbouw van het fort
in handen, terwijl de Fransen het hart ervan verdedigden. Al die dagen was
er een vreselijk gevecht aan de gang in de onderaardse corridors. Zij
vochten in een schacht van nog geen meter breed en anderhalve meter hoog,
in het aardedonker dat telkens oplichtte door ontploffende granaten en zij
vochten er met mitrailleurs en vlammenwerpers. De overgave van Fort Vaux
werd aangeboden en geaccepteerd met een hoffelijkheid die beide zijden tot
eer strekte in die wereld van verwording, waar Verdun de vechtenden toe
verlaagd had.
Fort Vaux was een van de belangrijkste steunpunten geweest van Petains
'lijn van weerstand'. Nu begon zelfs Nivelle erover te denken om de gehele
rechteroever te evacueren. Zijn reserves waren geslonken tot een brigade.
De Franse artillerie had niet veel succes meer: zij had teveel
observatieposten verloren en er kwam een tekort aan kanonnen. Het moreel
was zeer slecht, twee regimenten waren afgeknapt tijdens de hevige Duitse
aanvallen bij Thiaumont. Indien de Duitsers toen hadden doorgezet, zouden
zij bijna zeker Verdun bereikt hebben. Toch begon hun offensief op de 12e
juni om onverklaarbare redenen op het eind te lopen.
Ditmaal waren de Russen, door de Duitsers en Oostenrijkers in de afgelopen
herfst verslagen, onverwacht de Fransen op het kritieke ogenblik te hulp
gekomen. Op 4 juni lanceerde hun meest bekwame veldheer Brusilow een
aanval met zijn groep legers van de zuidelijke Russische vleugel. De
Oostenrijkers die daartegenover lagen, vielen om als een spel kaarten.
Maar Falkenhayn realiseerde zich nu tot zijn grote woede -want hij en
Conrad keken elkaar nauwelijks meer aan – dat de Duitsers alweer
Oostenrijk te hulp zouden moeten komen. Hij zond er daarom drie divisies
van het westelijk front heen en zei de Kroonprins, zijn offensief bij
Verdun te staken. De aanval van het 5e leger, naar Fort Souville en de
laatste heuvels voor Verdun, werd eindelijk hervat op de avond van de 22e
juni met een hevig bombardement van granaten die (voor de eerste maal)
fosgeengas bevatten - het meest dodelijke gas dat in de oorlog gebruikt
is. Het gas was vooral gericht op de Franse kanonnen in het centrum van de
linie. Tenslotte bleek het minder effect te sorteren tegen de Franse
gasmaskers dan men had verwacht; de kanonnen die overal op hoge grond
waren opgesteld, raakten het gas betrekkelijk gauw kwijt, daar het naar
beneden zakte. Knobelsdorf had, evenals andere bevelhebbers uit de Eerste
Wereldoorlog, niet alles aan deze nieuwe strijdmethode toevertrouwd en de
gasaanval gestopt drie uur voordat zijn troepen in de aanval gingen,
waardoor de Fransen tijd kregen om zich te herstellen. Vroeg in de morgen
van de 23e begon over een smal front een aanval met 30.000 man, waaronder
de pas aangekomen Alpentroepen onder von Dellmensingen. Zij veroverden
Thiaumont en kregen vaste voet in het dorp Fleury, sommigen konden zelfs
hun mitrailleurs zijdelings afschieten in de straten van Verdun zelf.
|

Duitse
soldaten voor Fleury.
|
Maar tegen het eind van die
kritieke dag verzwakte de aanval: het front was te smal, er waren te
weinig reserves, er was wanhopig weinig water en de Fransen hadden tijd
gekregen om hun evenwicht te herstellen.
Op 24 juni begon Mangin, die weer in genade was aangenomen, een serie
tegenaanvallen op de Beierse soldaten die op deze post gevangen zaten. En
op diezelfde dag hadden de Engelsen, ver weg in het westen, het vuur
geopend ten noorden van de Somme. Het gerommel kon men in het Duitse
hoofdkwartier van de Generale Staf bij Charleville-Mezières horen:
Falkenhayn zette de aanvoer van munitie en verse troepen naar Verdun stop.
De slag bij Verdun zou nog een halfjaar doorploeteren, maar de crisis was
bezworen.
De onbuigzame Knobelsdorf vroeg verlof voor nog een aanval : op 23 juni
waren zij zo dicht bij hun doel geweest. Falkenhayn gaf met tegenzin zijn
toestemming, maar de aanval moest uit de reserves van het 5e leger komen.
De aanval had plaats op 11 juli over een front dat nog smaller was en
voorafgegaan door een nachtbombardement op de Franse artillerie met
fosgeengranaten, maar ditmaal ging hij daarmee door tot het ogenblik dat
de infanterie de aanval inzette. Het gas dreef over de Franse posities en
hun kanonnen zwegen stuk voor stuk: de Duitsers waren vol zelfvertrouwen.
Maar toen de stormtroepen in het licht van de opgaande zon uit hun
granaattrechters tevoorschijn kwamen, werden zij over de gehele linie met
spervuur uit de Franse 75 mm kanonnen ontvangen. De Franse kanonniers,
voorzien van nieuwe en goede gasmaskers, hadden hen in de val laten lopen
door hun zwijgen. De strijd was desondanks zeer hevig.
|

Spervuur
voor Fleury
|
Een groep van 30 Duitsers slaagde er zelfs in de buitenkant van Fort
Souville te bereiken, vanwaar zij uitkeken naar de dubbele torens van de
kathedraal van Verdun en op de Maas tussen de straten van de stad, die
glansde in de zomernevel, als een visioen van het Beloofde Land. Maar geen
versterkingen kwamen hen te hulp, het Duitse wapen was afgestompt in de
vijf maanden voor Verdun en op deze dag flakkerde hun hoop nog eenmaal op
en doofde uit.
Bronnen
|