Home Het Museum Les Poilus Verdun Links

FORT DE SOUVILLE
"Het Uiterste ..."


Eenmaal meester van die twee fundamentele bases, Douaumont en Vaux, waren de Duitsers in staat om hevige offensieven te ontketenen tegen de laatste hoogten die hen nog van Verdun scheidden. En daarop lagen Froideterre, Thiaumont, Souville. In deze smalle sector van het slagveld vonden de hardste gevechten plaats en bereikten het lijden, de heldenmoed, de offerzin, het plichtsbesef van de strijders hoogtepunten die men thans op deze plaats nog met ontzag herdenkt. Het gebeurde in de zomer 1916. Bij de granaten, de machinegeweren, de bommen, de vlammenwerpers kwam nog de hitte, de verbrandende dorst, die zelfs bij lichtgewonden verterende koorts en pijn veroorzaakten. Verborgen in bommenkraters, in de geringste terreinplooiing, geïsoleerd, op weinige meters afstand van de vijand, die dezelfde nachtmerrie beleefde, konden de soldaten van Verdun alleen maar stand houden dank zij geestelijke kracht, moreel, verbroedering. Dat was hun steun, soms om te leven, meestal echter in het sterven en altijd in het lijden.
In juni 1916 doen de aanvallers een grote inspanning om de laatste Franse positie te overrompelen. De tijd dringt. De Duitse leiding weet dat aan de Somme elk ogenblik een Frans-Engels offensief kan losbreken. Op 23 juni wordt de beslissende aanval ontketend, waaraan twee dagen artillerie-bestoking (onder andere met stikgasgranaten) zijn voorafgegaan. De Duitsers verwachtten dat zij op de 25ste Verdun zouden binnendringen. Over een zes kilometer breed front wierpen zij 19 regimenten in de strijd, die uit alle naar Froideterre, Fleury, Souville, Thiaumont gerichte ravijnen omhoog kruipen. Einde juni is de toestand onbeslist.

 


Toegang tot de pantsertoren Bussiere, eind 1916.



Duitse troepen voor Fort de Souville, juni 1916.

Op 11 en 12 juni, in een laatste poging, onder een indrukwekkende bestorming, maken de Duitsers zich van het kruispunt Sainte Fine meester en bezetten zij de bovenbouw van het fort van Souville doch, ofschoon reeds met Verdun in zicht op enkele kilometer afstand, zodat de voorste gelederen er, door de kruitdamp heen, al de kathedraaltorens van ontwaren slagen zij er niet in door te stoten en worden voorgoed tot stilstand gebracht. De gewonde leeuw, het monument van de 130ste divisie, op welks voetstuk de nummers van alle in deze sector ingezette divisies zijn gebeiteld, geeft dit uiterste punt van het Duitse offensief aan. Het staat op weinige meters van het kruispunt Sainte Fine, waar zich voor 1914 nog de ruïnes van een tot het dorpje Fleury behorend kapelletje bevond dat tot het begin van de XXste eeuw een plaatselijk bedevaartsoord was geweest. In 1915 nog waren de muren van dit kleine oord van vrede door ter plaatse gelegerde soldaten heropgebouwd en hadden aalmoezeniers er de eredienst verricht.
Op korte afstand van dit kruispunt, overwoekerd door de plantengroei, liggen de ruïnes van het fort van Souville, waarvan de A.N.S.B.V. een eigenaardige stalen kazemat toegankelijk heeft gemaakt, de Pamard-kazemat, die voor twee machinegeweren bestemd was. De rest is niet te betreden. Het bouwwerk heeft veel te lijden gehad. Het was in de periode 1875 tot 1881 in metselwerk aangelegd en bij de bouw van Vaux en Douaumont — op de achtergrond geraakt, om welke reden het ook niet werd versterkt. In 1890-91 kreeg het nochtans een dubbele toren voor 155 mm-geschut, die niet het vereiste resultaat opleverde en op 10 april 1916 buiten werking werd gesteld (tot hij in 1917 werd hersteld). Hoewel ouderwets, hoewel hevig beschoten (van 21 april tot 21 juni sloegen er 38.000 granaten in, waarvan een aantal van kaliber 380 en 420), hield het dapper stand. Van juli tot oktober, tot het Mangin-offensief dat de herovering van Douaumont mogelijk maakt, blijft het kruispunt van kapel Sainte Fine een neuralgisch punt in de strijd.

Ten westen van fort Souville staat het monument ter ere van MAGINOT. Andre Maginot werd in 1910 tot kamerlid voor Bar-le-Duc verkozen. In 1914 werd hij als vrijwilliger in het 44ste van de Landweer opgenomen, een korps dat bijna uitsluitend uit mannen uit de «Meuse» bestond. Op 11 augustus 1914 bevindt hij zich reeds aan het front. Hij richt er een groep vrijwillige verkenners op. Op 89 november 1914, in de Woëvrestreek, boven Douaumont, wordt hij bij een schermutseling gewond. Voortaan ongeschikt voor de dienst, neemt hij in 1916 opnieuw bezit van zijn kamerzetel. Hij blijft tot 1932 volksvertegenwoordiger voor het Meuse-departement. Als minister van oorlog zou hij zijn naam geven aan het project voor een vestingslijn langs de Rijn en tot aan België, die in de periode 1930-1940 aangelegd wordt.  Zijn vrienden en kameraden zorgden ervoor dat voor hem een monument werd opgericht, dat het werk is van beeldhouwer Gaston Broquet en waarvan de zinnebeeldige betekenis klaar tot uiting komt: het schild . verbeeldt vaderlandslievende standvastigheid en de muur wijst op versterking. Let ook op de bronzen beeldengroep, in het uniform van 1915, die treffend de broederlijkheid tussen strijdmakkers evoceert.
 


Het monument ter ere van MAGINOT.

 


Adresgegevens:

Locatie: kaart

Fort de Souville (geen openstelling)
Tel: n.v.t.
Email: n.v.t.
Website: n.v.t.
 


NAAR BOVEN