Home Het Museum Les Poilus Verdun Links


poilu I aj harig, ruig, bebaard; II m P mannetjesputter m; Franse soldaat m (1914 - 1918).


"Poilu" is wel het meest gevierde woord van de eerste wereldoorlog. Als de linguďst Albert Dauzat tijdens zijn mobilisatie op 2 augustus 1914 deze term hanteerd is dat omdat deze reeds gebruikt werd. In augustus 1914 betekent "poilu" man. In het leger werden soldaten mannen genoemd.

Deze snelle verklaring ontkrachtigt nog niet de gedachte dat soldaten "poilus" werden genoemd omdat deze zich niet zouden scheren. Een eeuw eerder, in het militaire vakjargon, was een "poilu" iemand die haar had, niet zozeer op zijn kin maar elders.....van oudsher een teken van vruchtbaarheid. Balzac, een generaal van Napoleon, vond 42 pontonniers (geniesoldaten) voldoende "poilu" om een brug over de Bérézina te bouwen, te zeggen, met lef, moed.

In de kazernes, voor 1914, betekende "poilu" dus moedig of gewoonweg man. Berichten over de oorlog aan het front bereikte ook de burger en men nam de term "poilu" ,welke tot voor kort voorbehouden was aan het militaire vakjargon, over. Hierbij kreeg "poilu" een nieuwe glans; soms familiair, vriendelijk of met bewondering. Niemand sprak meer van strijder, iedereen sprak van 'poilu'!

De franse infanteriesoldaat, ofwel 'fantassin', onderging tijdens het eerste jaar van de oorlog een behoorlijke transformatie. De in augustus 1914 met elan ten strijde trekkende soldaat in zijn zéér opvallende uniform met rode broek, donkerblauwe jas en rode kepi, dat hem schietschijf maakte voor de in 'feldgrau' gehulde duitse troepen, kreeg met ingang van 1915 zijn uniform in 'bleu horizon'. De kepi, korte tijd in 'bleu horizon', werd door de vele hoofdwonden veroorzaakt door bomscherven al snel vervangen door de kenmerkende 'casque (helm) Adrian'.

Tijdens de eerste wereldoorlog kreeg de term "poilu" een extra dimensie. De beoogde bewegingsoorlog aan het westfront viel stil en alle partijen groeven zich in: de loopgravenoorlog was een feit. De franse soldaten verbleven een periode van twee weken in de voorste linies, vaak onder zéér erbarmelijke omstandigheden. Onder vuur van de vijand, uitgeput, vervuild en verhongerd keerden de soldaten terug naar de achterste linies om na een korte repose terug te keren naar de hel van de loopgraven. De naar de achterste linies terugkerende soldaten waren helder te onderscheiden van hun collega's van de aflossing: naast de door modder doordrenkte uniformen camoufleerde een baard van twee weken de gelaten gezichtsuitdrukking. Deze mannen, die zich twee weken nauwelijks hadden geschoren, kwamen terug als 'bebaarden' ofwel 'poilus'. Het werd hun geuzennaam.


NAAR BOVEN