Home Het Museum Les Poilus Verdun Links


1916 - Het keerpunt

1916 zou het jaar worden van Verdun, de grote en tragische waterkering van de oorlog. Daarachter stromen alle rivieren een andere kant op. Het was het jaar dat de Duitse hoop op een rechtstreekse overwinning in rook vervloog, en dat de Geallieerden hun vooruitzichten om de oorlog te winnen met hun bestaande tactiek en  hulpbronnen – zonder de Verenigde Staten - zagen verdwijnen. Het was het laatste jaar waarin Rusland een militaire grootmacht zou zijn en tegen het eind ervan zou Groot-Brittannië de voornaamste last van het westelijk front te dragen krijgen.

Aan beide zijden zou de bewapening een reusachtige piek te zien geven en de grote aantallen zware kanonnen zouden de commandanten te velde ertoe bewegen om tot de beide gargantueske veldslagen over te gaan, vast overtuigd als zij waren dat hun artillerie de vijandelijke verdediging kon vernietigen. De troepen van 1916 waren de beste die de oorlog geleverd had. In het Duitse en Franse leger was de harde kern van het beroepsleger dat het geweld en de verliezen van de vroegere veldslagen te dragen had gehad, nu versterkt met reservisten en dienstplichtigen die ook ervaring in de oorlog hadden opgedaan. Het laatste restje van de Franse manschappen had de vuurlinie nog niet bereikt; en aan Duitse zijde werden de soldaten, gedeprimeerd door lange, vermoeiende maanden van verdediging, opgebeurd door de komst van kameraden van het oostelijk front die pas hun inspirerende overwinning op de Russen hadden behaald. De Engelsen op hun beurt werden in de goede stemming gebracht door de snelle groei van hun leger en de vooruitzichten van macht en glorie die dit met zich bracht. De Nieuwe Legers die nu naar de frontlinie stroomden, bestonden nu uit Kitcheners vrijwilligers - 'de bloem van de rijkste, machtigste natie ter wereld', zoals Alan Clarke het uitdrukte.

Misschien was Falkenhayn zich meer dan wie ook bewust van de groeiende kracht van Engeland. Kort voor Kerstmis 1915 overhandigde hij de Kaiser een lang memorandum. Hij zag Engeland als 'de aartsvijand in deze oorlog'. Behalve door een niets ontziende duikbootoorlog die Duitsland in 1916 zo ver mogelijk moest doorvoeren, was er geen enkele manier om Engeland direct aan te vallen. Het enige wat men kon doen was 'het beste zwaard' - het Franse leger - uit Engelands handen te slaan.
 


Von Falkenhayn, Chef van de
generale staf van het Duitse leger.

Het was onnodig, dacht Falkenhayn dat om het Franse leger te breken, de Duitsers 'de onzekere methode van een massale doorbraak moesten toepassen die toch teveel van hun middelen zou vergen. Wij kunnen waarschijnlijk ook met beperkte middelen ons doel bereiken. Achter de Franse sector van het
westelijk front zijn er doelen binnen ons bereik, voor welks behoud de Franse Generale Staf gedwongen zou zijn om iedere man die zij hebben in te zetten. Doet zij dat, dan bloedt de Franse strijdmacht dood...' De voornaamste van die doelen was de fortenstad Verdun.

Er werd dus een nieuw aspect aan de oorlog toegevoegd.Nooit tevoren had een machtige oorlogsvoerder voorgesteld om zijn vijand te overwinnen door hem te laten doodbloeden. Een dergelijk macaber beeld kon alleen maar ontstaan tijdens de Grote Oorlog, toen de leiders in hun kortzichtige gevoelloosheid mensen als niet meer dan moleculen beschouwden. Falkenhayn, een gereserveerde, meedogenloze harde werker,
was een van de meest bekwame generaals van de oorlog aan weerszijden. Hem komt de eer toe Duitsland veilig, zelfs triomfantelijk vanuit het dieptepunt aan de Marne in 1914 tot de arrogante hoogte van het plan betreffende Verdun te hebben gebracht. Er was echter een steeds terugkerend element van besluiteloosheid in hem. Hierdoor hadden de Centralen de kans verspeeld om in 1915 de Russische krijgsmacht geheel te vernietigen. En nu, in zijn plannen voor Verdun, vermeed Falkenhayn weliswaar een massale aanval, maar door deze omzichtige, langzame slachting moest hij wel de controle over de gang van zaken verliezen, waardoor niet slechts het Franse leger, maar ook zijn eigen troepen zouden leegbloeden.

De goede, maar niet beslissende uitkomsten van de campagne tegen Rusland in 1915 had de Duitsers in staat gesteld om bijna 500.000 man van het oostelijk front naar het westen te verplaatsen en Falkenhayn voelde zich eindelijk bevrijd van de beperkingen, opgelegd door een oorlog aan twee fronten. Toevallig, of misschien door bewuste vleierij van Falkenhayn, kwam Verdun onder het commando van de keizerlijke erfgenaam. De Kroonprins ('kleine Willie'), een intelligente, muzikale levensgenieter en jammerlijk onervaren als generaal, had als chef-staf van zijn 5e leger een toonbeeld van Pruisische militaire efficiëntie en besluitvaardigheid, Generaal Schmidt von Knobelsdorf. Half december had Falkenhayn de Keizer overgehaald en waren hij en Knobelsdorf al bezig met de details voor de aanval op Verdun.
 


Kronprinz Wilhelm, bevelhebber van het
Duitse 5e legerkorps voor Verdun.

Vanaf het eerste begin was Knobelsdorfs eigen aanvalsplan gebaseerd op een benadering van Verdun zowel vanuit het noorden en noordoosten als vanuit het noordwesten, aan de linker (westelijke) Maasoever; hij wilde het voile profijt trekken van de bestaande Duitse strik rond de uitstulping van Verdun door van drie zijden aan te vallen. Een dergelijke totale inzet stond in volkomen tegenstelling tot het idee van Falkenhayns geleidelijke, 'doodbloedings'-aanval: de laatste wilde slechts aan de rechteroever van de Maas een aanval lanceren.

 

Deze bedreiging van Verdun zou groot genoeg zijn om er het Franse leger vast te houden; bovendien hield hij stijf en strak vol dat de Duitsers niet voldoende manschappen hadden voor een aanval op de linker Maasoever. Knobelsdorf had gelijk: Falkenhayns beslissing om niet dadelijk vanuit het noordwesten Verdun te omsingelen, verlamde de gehele operatie. De Kroonprins was het met Knobelsdorf eens, maar zag er het nut niet van in om op zijn stuk te blijven staan. Falkenhayn liet toen alle voorbereidingen aan de Kroonprins en Knobelsdorf over, maar waakte er wel voor dat zij de grens van het aantal manschappen en materieel dat hij gesteld had, niet overschreden.


Luitenant-generaal Schmidt von Knobelsdorf .

______________________________________
De vesting Verdun
______________________________________

Verdun was een oude vesting en was de gehele Franse geschiedenis door beschouwd als een beslissende toegang tot midden-Frankrijk. Het was de meest imposante fortificatie geworden van de reeks die Vauban voor Lodewijk XIV had gebouwd en was de laatste Franse versterking die in 1870 in Duitse handen viel. Na 1871 werd Verdun het sleutelbastion van een reeks forten die Frankrijks verkorte grenzen moest bewaken, nadat de Duitsers Elzas-Lotharingen hadden geannexeerd. In 1914 had het gediend als de oostelijke spil waar de Franse linies om draaiden en had het Joffres herstel aan de Marne mogelijk gemaakt. Falkenhayn had goed gezien dat Verdun een bijna heilige betekenis had en dat de Fransen zich geroepen zouden voelen om de stad tot hun laatste snik te verdedigen.

De Maas stroomt door Verdun naar het noorden en heeft zich met grote slingers en door diepe kloven een weg gebaand door een plateau dat weliswaar wordt onderbroken door heuvelruggen, waarvan er sommige zeer steil zijn, maar die nergens hoger dan 300 a 400 meter worden. In 1916 (zie kaart 1) waren gedeelten ervan nog zwaar bebost. Voor de Fransen vormden zij een natuurlijke verdedigingsgordel. De toppen die het land beheersten, waren versterkt door drie concentrische ringen van ondergrondse forten. Zij lagen zes kilometer of meer van Verdun zelf af en waren bedoeld als een buitenste verdedigingslinie tegen vijandelijke artillerie. De allerbuitenste forten waren versterkt met beton en staal en enkele van de belangrijkste waren voorzien van intrekbare stalen torens.

Deze forten misten nu echter kanonnen. De val van de sterke Belgische forten bij Luik en Namen in 1914 was een geweldige schok voor het Franse commando geweest. De Duitsers hadden daar grote verwoestingen aangericht met hun nieuwe wapen, de enorme 420 mm mortier - de 'Dikke Bertha' – het grootste kanon dat in de oorlog gebruikt is. Joffre wist daarom in augustus 1915 de regering ertoe te bewegen, de forten van Verdun te ontmantelen en de kostbare artillerie – 43 zware batterijen en 11 stuks veldgeschut - te velde in te zetten om een bijdrage te leveren tijdens het offensief in Champagne in september en oktober. Toen de kanonnen weg waren, moesten ook de manschappen vanuit de forten naar het open veld, waar zij zich ingroeven in ongeschikte loopgraven, bewust van het feit dat de verlaten forten achter hen een veilige schuilplaats boden. De volledige verdediging van Verdun door de forten was dus vervangen door een armzalige, enkele loopgravenlijn.

De voorpost bij Verdun was zo lang rustig geweest dat de troepen er leden aan chronische lusteloosheid, die hun bevelvoerende generaal Herr, een bejaarde artillerist, niet kon verdrijven. Het prikkeldraad was niet compleet, er waren geen ondergrondse telefoondraden, geen bomvrije schuilkelders behalve in de forten, geen verbindingsloopgraven. Met Petains woorden: "Tussen en achter de forten was alles vervallen, talloze loopgraven waren grotendeels ingestort, prikkeldraad hing los...paden en wegen waren in moerassen veranderd, uitrustingsstukken lagen overal verspreid, het hout was verrot en het metaal roestig."


Generaal Petain (links) en Generaal Joffre bij het stadhuis van Souilly.

Tegenover deze verziekte sector van de Franse verdedigingslinie stelden de Duitsers nu de gehele macht van hun militaire organisatie. Er werden tien nieuwe spoorlijnen naar het front van het 5e leger aangelegd, wagonladingen aan uitrustingsstukken werden aangevoerd. Gehele dorpen werden geëvacueerd om plaats te bieden aan 140.000 soldaten die daar bijeen waren voor de aanval. Maar de Duitse inspanning was voornamelijk geconcentreerd op de artillerie. Aan de noordkant waren de Duitse linies in de slingerende Maasvallei minder dan tien luchtmijnen van Verdun zelf verwijderd. De Franse verdediging rondom Verdun en de citadel zelf boden een prachtig doelwit aan de artillerie. Wat de Duitsers hoopten uit te sparen aan mankracht, zouden zij overvloedig uitgeven aan zeer explosieve granaten. Hun zware kanonnen zouden zo'n groot gat in de Franse linies slaan dat de infanterie slechts geringe verliezen zou lijden, wanneer zij volgde; en het trommelvuur zou de opeenvolgende versterkingen die de Fransen hier verwachtten, vermorzelen. Dag en nacht stroomden de kanonnen binnen over de nieuwe spoorlijnen en veel ervan kwamen uit het oosten en de Balkan.

Er waren 13 420 mm-Dikke Bertha-mortieren. (In tegenstelling tot wat men algemeen geloofde, heette het extra lange geschut dat in 1918 Parijs bombardeerde, niet 'Dikke Bertha'. De echte 'Dikke Bertha's' - genoemd naar de erfgename van de Krupps - waren mortieren met een korte loop en beperkte draagwijdte.) Er waren 17 Oostenrijkse 305 mm-mortieren, deze moesten samen met de 'Dikke Bertha's' op de forten van Verdun geconcentreerd worden. Dan waren er twee 380 mm-lange-afstand kanonnen van de marine met een lange loop,waarvan er een veertig granaten per dag op Verdun zou afschieten en de ander de verbindingslijnen aan de westoever van de Maas moest vernielen. De snel vurende, gemakkelijk te verplaatsen 210 mm-kanonnen waren bestemd om de Franse frontlijn in puin te schieten en om de komst van versterkingen te verhinderen: er was een batterij voor iedere honderd meter loopgraaf. De 150 mm-kanonnen met hun lange loop moesten ieder nieuw Frans kanon dat op kwam dagen vernielen en alle wegen en paden die naar het front leidden omwoelen: 'geen linie mag ongebombardeerd blijven, geen toevoermogelijkheid ongestoord, nergens mag de vijand zich veilig voelen.' Tenslotte was er een nieuw afschrikwekkend wapen, de vlammenwerper, die zijn intrede deed bij Verdun.


Een van de duizenden Duitse
batterijen
rondom Verdun.

Op 1 februari waren alle kanonnen in positie gebracht om een aanval uit te voeren op een front van nauwelijks twaalf kilometer.

De inlichtingendienst van het Franse hoofdkwartier was nu, in tegenstelling tot de afdeling operaties, vast overtuigd van de komende aanval op Verdun en 'het grootste deel van de staf van het algemene hoofdkwartier was opgewonden bij de gedachte aan het komende gevecht en hield de ogen gevestigd op de beide Maasoevers', schreef een van Joffres officieren. De sceptici van de operationele sectie bleven naarstig doorwerken aan hun organisatie van het Somme-offensief voor de komende zomer, aan de opstelling van het zware geschut en van Kitcheners Nieuwe Legers. Maar op 21 februari 'was de beer de eerste die blies'.

_________________________________________

Overstelpende geheimhouding
_________________________________________

Waar het vooral op aan kwam was geheimhouding - een les die de Duitsers geleerd hadden van de geallieerde fouten van 1915. Er werden geen bezoekers toegelaten en men was opzettelijk met voorbereidingen bezig voor een 'om de tuin leidende' manoeuvre bij Belfort. Zelfs Duitslands bondgenoot Oostenrijk-Hongarije had men - zeer tactloos - niet op de hoogte gesteld. De belangrijkste aanwinst was de constructie van uitgebreide, betonnen ondergrondse galerijen, waarin de troepen zich voor de aanval konden verzamelen, in plaats van zichtbaar voor de vijand op elkaar gedrukt in de voorste linie te staan of uit de loopgraven te springen, waardoor zij al onmiddellijk artillerievuur konden verwachten, zoals de Geallieerden zo dikwijls hadden gedaan. Om deze geheimhouding te bewaren, kwam het vliegtuig nu goed van pas.

De Duitsers hadden een voorsprong op de Geallieerden door het lanceren van de Fokker-eendekker in oktober 1915. Hij had een gesynchroniseerde versnelling en de kogels van het machinegeweer konden tussen de bladen van de propeller door geschoten worden. De Fokker, die snel en zeer wendbaar was, zou tot mei 1916 beter zijn dan alle andere typen. Toen brachten de Fransen de Nieuport Scout uit. Begin 1916 gebruikten de Duitsers hun toenmalige overmacht in de lucht voornamelijk om Franse verkenningsvliegtuigen die berichten over de enorme Duitse voorbereidingen moesten verzamelen, te verjagen. Voor het eerst gebruikten de Duitsers op die manier hun vliegtuigen defensief, als 'fighters'', in een poging om een soort luchtbarrière op te richten, waar de Fransen niet doorheen konden breken. Natuurlijk waren er Franse piloten die er wel doorheen kwamen, maar hun rapporten waren niet van dien aard dat zij ook maar een rimpeling in de zelfgenoegzame rust van het Franse hoofdkwartier teweeg konden brengen. Joffre gedroeg zich wat betreft de rapporten van de inlichtingendienst al evenzeer als een struisvogel als eerder bij het vernemen van de toestand van de verdediging bij Verdun.
De vorige gouverneur van Verdun was ontslagen omdat hij het niet eens was met Joffres ontmanteling van de forten; en dit keer was Herr, die absoluut niet in staat was de vele taken die hem opgedragen waren uit te voeren door gebrek aan manschappen en materiaal, eenvoudig genegeerd. 'Men was overal aan begonnen en had niets voltooid,' er was zelfs geen tweede loopgravenlinie. Een Frans kamerlid, Driant, die als overste het commando had over twee bataljons 'Chasseurs' in de noordoostelijke uithoek van de voorpost, slaagde erin om de Minister van Defensie, Gallieni, een rapport te overhandigen over de armzalige toestand van de verdedigingsgordel bij Verdun.

 


Colonel Driant


Joffre ontkende deze beschuldigingen. Zijn operationele afdeling beschouwde de afwezigheid van uitvalsloopgraven tegenover Verdun als sluitend bewijs dat er geen aanval werd voorbereid. Men moet toegeven dat de uitgebreide Duitse afleidingsmanoeuvres hier wel debet aan waren, maar Joffre en zijn staf waren ervan overtuigd dat de Duitsers in 1916 niet in het westen zouden aanvallen en zij gaven zich volledig over aan hun oorspronkelijke plannen voor het Geallieerde Somme-offensief van de komende zomer.
Daar waar hun legers aan elkaar grensden, zouden de Fransen en Engelsen samen over een breed front aanvallen, 'arm in arm', de Fransen met veertig divisies, de Engelsen met vijfentwintig. Het doel van de aanval in deze sector was misschien niet duidelijk, maar de kameraadschappelijke inzet over een front van bijna 60 km zou zeker succes opleveren en de cavalerie zou een doorbraak kunnen bewerkstelligen.
Deze droomwereld van Joffres operationele afdeling werd aanhoudend verstoord door de nervositeit bij Verdun. Joffres chef-staf, Generaal de Castelnau, bracht er eind januari een bezoek. Hij werd gevolgd door President Poincare. Tenslotte kwam Joffre zelfs in eigen persoon en wat nog zinvoller was, er kwam versterking van twee divisies die onder Herrs commando kwamen op de 12e februari - de dag die oorspronkelijk bedoeld was voor de inzet van het Duitse offensief.

Bronnen


NAAR BOVEN